|

Kostbaar-kwetsbaar
Wonder
Uit onze liefde
Hielden wij
Jou in onze handen
Als een licht
Kostbaar-kwetsbaar
Onnoembaar gelukkig
Kind van ons
Tilden wij jou omhoog
In onze handen
Kostbaar-kwetsbaar
Jij blijft
Branden in ons hart
Voor altijd
Kostbaar-kwetsbaar.
(Marinus van den Berg)

Gebed met de rug tegen de muur
Je kind,
je toekomstdroom
loslaten voor de dood: wie kan dat?
Wie kan dat verdragen?
Het is te veel gevraagd
van een mens
Het is zelfs te veel
als God het vraagt.
Je wilt leven voor je kind -
je kind, vrucht van de liefde.
Je wilt toekomst.
Al je hoop en al je liefde
zijn daarop gericht.
Je kind los moeten laten
is een moeten met de rug tegen de muur.
Het verscheurt heel je bestaan.
Je kunt het niet aanvaarden.
Je moet het niet aanvaarden.
Je hoeft het zelfs niet te aanvaarden.
Je mag verdrietig zijn.
Je mag je verzetten.
Je mag vragen wat je wilt vragen.
Ook God vraagt niet
om het te aanvaarden.
Ook God ziet geen zin
in het sterven van zijn kind.
We zouden willen dat God
de macht had
het tegen te houden.
We zouden willen dat God de ondermijnende
kracht
van de ziekte die voert naar het levenseinde
zou kunnen stoppen.
Hij kan het niet.
Hij doet het niet.
Wij weten niet waarom.
Het is niet vreemd dat we dan soms vragen:
Wie is God?
Waar is Hij nu we Hem nodig hebben,
nu we ons zo kwetsbaar voelen?
Wat nog blijft zijn zoveel vragen,
vragen zonder antwoord...
Wat nog blijft is onze hoop,
hoe twijfelend ook,
ons verlangen naar het uiteindelijk goede:
dat geen mens tevergeefs heeft geleefd,
hoezeer het leven ook te kort was -
dat geen mens slechts leeft tot de dood,
maar dat er - hoe dan ook
nog meer leven is,
anders,
onvoorstelbaar voor onze ogen.
Een geheim,
een droom van een paradijs
waar alle leed geleden is.
(Marinus van den Berg) 
Afscheid
Jij bent
onvergetelijk geworden
in ons leven.
Jij zult altijd in onze gedachten zijn.
Wij zullen van je dromen
en je stem nog horen.
Wij kunnen niet begrijpen
dat jij weg bent, voorgoed.
Jij bent
onvergetelijk geworden
in ons leven.
Jij zult altijd met ons meegaan
op de levensweg.
Wij zullen heimwee naar je hebben.
Wij hadden je zoveel willen vertellen.
Wij hadden je langer willen vasthouden.
Jij
blijft een litteken
in ons bestaan.
Jij blijft een teken
van liefde in ons leven.
Aan jou zullen wij ons optrekken.
Jou gedenkend zullen wij groeien
en krachtig worden.
Wij zullen vol levensmoed verder gaan
Jij onzichtbaar bij ons.
(Marinus van den Berg)

|

Those we
loved don't go away
they walk beside us every day
Unseen, unheard, but always there
Still loved, still missed, still very dear

Ik heb je lief
Ik heb je lief
je naam
zal ik nooit
vergeten
ik heb je lief
wáár je ook bent
ik heb je lief
en vind het fijn
om je dit steeds
éventjes
te laten weten
(Ina Sipkes de Smit)

Herinnering
Ik zou zo graag
weer samen met je wezen
je in mijn armen wiegen
je strelen over je lief gezicht
je wangen en je haartjes
stil beroeren
je kusjes geven
en een liedje voor je zingen
maar wat overblijft
dat is een stil ontroeren
een lieve herinnering
in de tijd
(Ina
Sipkes de Smit) 
Niet zomaar een kind
Omdat Elise
méér is
dan zomaar een kind
een kind
als nooit tevoren
een kind
onvergelijkelijk
een kind
zo kwetsbaar en teer
wij noemen huiverend
van ontroering
haar naam
haar onvergetelijke
naam
(Hans Bouma)
 
Een lieve groet
Een kleine
fladdervlinder
vloog zomaar op mijn hand
ik zag de vleugeltjes
héél transparant
zo broos en teer
zó wondermooi gevormd
en na wat
rusten
vloog het weg
ik keek het heel lang na
het vloog zó hoog in 't blauw
tot ik alleen een stip nog zag
ik hoorde zacht:
'dág, dág, mijn lief'
het was
mijn eigen stem
ik was
verdrietig...
en ook blij
omdat ik wíst:
érgens kwam
ik weet niet waar vandaan
dit vlindertje
met een lieve groet van jóu
voor mij!
(Ina Sipkes de Smit)

Liefde
Het ligt
niet
in de lengte
of zwaarte van tijd
of iets
je lief en dierbaar is
Het ligt
in de diepte
van het verlangen
in de liefde
waarmee je lief hebt
In de
liefde
ligt
het verdriet
als je verliest
En je
huilt
omdat
in je tranen
je liefde ligt

|

Bloem
Zo machtig is de schoonheid
van een bloem
die reikt
naar de zon
al is het maar voor één dag
zo kort
zo teer
en toch zoveel kracht
Pijn
Je ziet me als ik lach en praat,
ik voel dan dat je denkt het gaat
weer goed met hem, met haar.
Ik speel een rol en die verbergt
de moeite die mij alles vergt,
zodat je er niet veel van merkt.
Je ziet me niet wanneer ik huil,
ik radeloos ben, me verschuil
in de beschutting van mijn huis
of auto, waar ik dan alleen
ben, zonder and'ren om mij heen,
m'n longen uit mijn lichaam schreeuw
van pijn. Die godgeklaagde pijn
om 't kind dat er niet meer mag zijn

Zo een groet
Dank voor je
vertroostende woorden
dat éven
laten weten
dat even laten voelen
dat je niet vergeten bent
zo een
groet
doet op dat moment
ontzaglijk goed
daar
waar het van binnen
nog huilen moet
(Ina Sipkes de Smit)

Geen zachte vrome woorden
Geef me
geen zachte woorden,
kom niet met vrome woorden,
steek maar geen licht aan.
Zet je maar neer,
word maar stil.
Zwijg maar mee.
Er zijn geen woorden
die verzachten.
Er is niets vrooms
om de wonden te zalven.
Er is nu duisternis.
Als je wat wilt zeggen:
zeg dan maar dat je
geen woorden hebt,
zeg dan maar dat
dit onvoorstelbaar hard is,
zeg dan maar dat
er geen licht in deze
duisternis is te zien.
Vind je dat bitter?
Vind je dat hard?
Sommige dingen zijn
bitter en hard.
Het moet gezegd.
Het duister wordt licht
door het onder ogen
te zien.
Het harde wordt zacht
door 't te aanvaarden.
(Marinus
van den Berg)
 
Tijd
Ik hoop niet
dat je verwacht
dat mijn verdriet
snel over zal zijn
het zal wel slijten
op de lange duur
maar altijd zal ik
- heel mijn leven -
blijven herstellen
van het gemis
en verdriet
van mijn overleden kind
(Ina Sipkes de Smit)
|